't Bedrijf van den kwade by Herman Teirlinck

't Bedrijf van den kwade by Herman Teirlinck

Author:Herman Teirlinck [Teirlinck, Herman]
Format: epub
Published: 2006-01-22T16:00:00+00:00


* * *

IX.

Late in den avond kon Goedele naar huis gaan. De groote woonste was haar gansch vreemd geworden, zooals die vóor haar in de donkerte, heel massief, achter het hekken oprees. Binstdat ze de deurbelle deed rinkelen en zich nog aan 't verwonderen was over den lang-vergeten klank ervan, merkte ze achter zich, midden de strate, Justa. Justa beweerde dat ze juffrouw was gaan opzoeken, om wille van de vroege donkerte, en dat ze nu toch danig tevreden was dat juffrouw endelijk ongedeerd was thuis geraakt.

—Mevrouw was zoo ongerust in den namiddag! fleemde ze zoeterig, terwijl ze den groote sleutel in het klinkende slot duwde.

—Mevrouw wilde maar altijd nieuws weten. Juffrouw weet nu misschien wel nieuws.

Goedele antwoordde niet en stapte gauw binnen. Terloops was haar idee dat Justa haar gevolgd had en nageloerd langs den weg, maar ze dacht er niet verder over na. Dat alles, meende zij, was ook nu zoo verre van haar verwijderd, dat ze geen belang meer stellen kon in peuterige leelijkheidjes.

Ze had de smart tot diepe in haar vleesch gevoeld; en wat hier ommeging, de doening van moeder en de kinderachtigheid van vader, al dat suffe bedrijf van elkendeen in de groote leege woonste, 't was rijzekens een buitenmenschelijk gespeel. Ze zag even in haren geest het pieuze gebaar van Sebastiaan zijn vingeren....

Ze stond vóor Ursule. Ze had het gevoel dat ze heel hoog stond. Ze zei simpel:

—Het kind is dood.

Ursule en roerde niet. Ze keek naar Seppie, die zich had neergevleid om hare voeten en nu lui zijn muilken snuivend opstak naar Goedele. Haar blik was hard, gewoon-hard, en de lichtstreep, die de lampeklaarten op heur gladgestreken haar leiden, en bewoog geen steke naar achteren noch voren. Ze sprak:

—God hebbe zijn zielken. Het lieveken is gelukkig.

Na een stonde vroeg ze of Romaan sterk was, en als ze vernam dat hij zeer afgemat en terneergeslagen het verlies van zijn dochterken beleden had, viel van hare lippen een koud woord, dat vreemd tegen hare gevoelerigheid van te-morgen afstak.

—De tijd zal 't uitwisschen, zei ze.

Goedele had meteen geschokt opgekeken. Ze bedaarde echter subiet, zich peiselijk opheffend in de wijde golving van haar leed, en beaamde stille:

—Ja, de tijd zal 't uitwisschen....

Ze verliet zonder groeten de eetplaats en tort langzaam de trap op. Haar kamer, docht haar, had een zonderling uitzicht en met de roerende keersevlamme klaarden de stoelen, de witte vlekken van 't bedde, en de breede spiegel van de toilettafel, met onbekende vormen op. Het scheen haar hier alles zoo oneigen en de reuk van de versche lakens tingel de in haren neuze, lijk iets dat nooit bij deze lakens behoord had. Wat was hier gebeurd? Ze schudde haar hoofd en mompelde lijdelijk:

—In mij is 't gebeurd....

Ze had het ganschelijke gevoel daarvan, maar verder kon ze in haar eigen niet ingaan. Ze beleefde de vreemde veranderingen die haar ziele ommegewenteld hadden en de oorzaken lagen te diepe. Daar was iets gebeurd. Over al het onduidelijke wezen van haar machtige wee, reikte die zekerheid.

Lang bleef ze



Download



Copyright Disclaimer:
This site does not store any files on its server. We only index and link to content provided by other sites. Please contact the content providers to delete copyright contents if any and email us, we'll remove relevant links or contents immediately.